Mijn vakvisie: Identiteit als ijkpunt

Mijn loopbaan als student is een vrij ongewoon traject geweest. In 2006 ben ik, na een moeizame tijd op de middelbare school, begonnen op een mbo.  Ondanks dat ik heel erg worstelde met matige cijfers en gebrek aan focus, had ik toch het gevoel dat ik nog door wilde leren. Daarom ben ik na het mbo doorgestroomd naar het hbo, waar mijn matige prestaties aanhielden. In de laatste periode van mijn tweede jaar klikte er echter onverwacht iets. Mijn prestaties verbeterden aanzienlijk, ik had een heel nieuwe focus en werkmentaliteit en over het algemeen zat ik beter in mijn vel. De vraag hoe het kwam dat mijn prestaties ineens veel beter werden is eigenlijk mijn hoofdvraag geweest van de afgelopen twee jaar. Door de vragen zoals “Waar ben ik goed in?”, ‘wat maakt mij mij?’ ben ik terecht gekomen bij het thema “identiteit” en de vragen ‘wat is het belang van het ontwikkelen van identiteit bij jongeren’, ‘hoe draagt kunst bij aan het ontwikkelen van identiteit?” en ‘wat is de rol van de docent in dit proces?”

In zijn boek “Art as Experience” beschrijft de Amerikaanse kunstfilosoof John Dewey dat kunst een product is van een menselijke ervaring die zich uit wanneer een individu een interactie aangaat met de wereld om zich heen. Een ervaring omschrijft hij als een werk dat afgerond is in een bevredigende manier, een probleem dat is opgelost, een spel dat in zijn geheel is gespeeld of een gesprek dat is afgerond. Van belang is dat het de ervaring is afgerond en voltrokken. Het fysieke werk staat niet meer centraal, maar de belevenis van dit werk voor zowel de kunstenaar als de toeschouwer. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het werk ‘Guernica’ van Picasso (figuur 2) en die naast een foto over hetzelfde onderwerp legt (figuur 1), zit er informatie in het schilderij dat niet in de foto zit. Dit is vooral terug te zien in persfotografie, waar onderwerpen vaak zo objectief mogelijk in beeld worden gebracht. Deze informatie gaat over de tijd waarin het is gemaakt, wat de maker toen doormaakte en hiermee wordt een relatie gelegd tussen zijn persoonlijke identiteit, zijn sociale identiteit en de culturele identiteit als context waarin het is gemaakt.

Het unieke aan de mens is dat wij onze concepten en ideeën vast kunnen leggen en kunnen delen met andere mensen. Hierdoor kunnen wij dingen doen die uniek zijn voor onze soort: we kunnen ons mogelijkheden inbeelden die wij (nog) niet hebben meegemaakt en wij kunnen deze mogelijkheden externaliseren door ze te realiseren en ze op deze manier delen met andere mensen. De leerling de vaardigheden geven om zijn interne belevingswereld te uiten in de vorm van kunst is een van de belangrijkste doelen van kunstonderwijs. Dit proces is echter sterk afhankelijk van ons vermogen om onze omgeving te analyseren en hier onze eigen waarden aan te hangen.

Kunst maakt duidelijk dat cijfers en woorden niet genoeg zijn om alle menselijke kennis uit te drukken. In de kunsten word je gestimuleerd om je fantasie te gebruiken om zo ervaringen te creëren die buiten het spectrum vallen van wat wij kunnen uitdrukken in onze taal en cijfers. Kunst maken (en ervaren) nodigt uit tot het verkennen van wat wij niet (zeker) weten. Kunst staat buiten de regels die gepaard gaan met bijvoorbeeld vakken als biologie en wiskunde. De eerste evaluatie van een kunstwerk ligt intern bij de maker en spreekt in tegenstelling tot eerder genoemde vakken het subjectieve gedeelte van ons brein aan. Kunst maken geeft ons de mogelijkheid om onze waarneming naar binnen te richten op wat wij vinden van dingen en hoe wij ons daarover voelen. Kunst geeft ons de mogelijkheid om deze gevoelens te verder te verkennen en verder uit te dragen in de vorm van kunst. Dankzij kunst zien we dingen die we anders niet zien, voelen we dingen die we anders niet voelen en denken we op manieren die uniek zijn voor de kunsten.

Om een authentiek kunstwerk te kunnen maken is het van belang je interne belevingswereld te kunnen vertalen naar extern medium. Met de persoonlijke identiteit als ijkpunt en basis kan de leerling zijn perspectieven vormen op zijn sociale en culturele identiteit. Als je kijkt naar het ui-model van Kohnstamm (figuur 3) dat de lagen van de persoonlijkheid beschrijft, zie je dat de identiteit een basis is waar onder andere overtuigingen en vaardigheden op zijn gebouwd. 

Maar wat is de rol van de docent als wij de leerlingen geen waardekader kunnen opleggen? De taak van docent is een leerling de juiste tools geven om zijn eigen waardekader te kunnen bepalen. Het ontwikkelen van de identiteit houdt niet op buiten de schooluren. Sterker nog, het ontwikkelen van identiteit is een levenslang proces. Het is daarom belangrijk dat docenten handvatten geven aan leerlingen waarmee ze naar hun omgeving en naar zichzelf kunnen kijken en kunnen analyseren wat voor zichzelf binnen hun waardenkader valt. Dit doe je door een leerling explorerende ervaringen aan te bieden. 

Volgens de socioculturele benadering ligt de oorsprong van identiteit niet in mensen, maar tussen mensen. Volgens deze theorie ontwikkelen mensen hun identiteit door ervaringen die ze opdoen in specifieke sociale contexten. In ieders sociale en culturele omgeving zijn bepaalde sociale rollen beschikbaar en sommige van deze identiteitsposities worden meer gewaardeerd dan anderen. Onderzoek vanuit een sociocultureel perspectief richt zich vaak op de identiteitsposities die op scholen worden aangeboden. Dit doen ze bijvoorbeeld via seleciepraktijken (“Jij bent een havo-leerling”) of door bepaalde waarden aan bepaalde kenmerken te verbinden (“goede leerlingen werken snel”). Het is dan ook belangrijk dat scholen en leraren zich bewust zijn welke identiteitsposities zij wel en niet aanbieden in het onderwijs en waarom. Voortbouwend op de theorie dat leren plaatsvind door te participeren in sociale praktijken en ook is bedoeld om later deel te nemen aan deze praktijken, is het ook belangrijk dat dat jongeren ideeën ontwikkelen over de vraag wat zij zouden willen bijdragen aan de maatschappij. Dit wordt ook wel het ontwikkelen van een “meaningful life agenda” genoemd. Daarnaast is het ook belangrijk een leerling leert om op zichzelf te reflecteren, om zo te begrijpen hoe hun identiteitsontwikkeling wordt beïnvloed door hun socioculturele omgeving.

De rol van het onderwijs ligt dus in het stimuleren van het verkennen van identiteiten om zo de leerling de tools te geven zijn eigen identiteit te vinden. Om hier een logische structuur aan te geven, zijn er drie soorten opdrachten waarmee je aan de slag kan zijnde 1) leerervaringen die leerlingen laat kennis maken met nieuwe identificaties, ook wel verkenning in de breedte genoemd, 2) leerervaringen die jongeren helpen om de identiteit die ze al hebben verder te verkennen, ook wel verkenning in de diepte genoemd en 3) leerervaringen die jongeren helpt om te reflecteren op de keuzes die zij hebben gemaakt. Op deze manier leert de leering om dit proces zelf te doorlopen en zo zelf zijn identiteit te vinden. Verder is het ook belangrijk dat docenten aan de hand van praktische activiteiten de leerlingen de kans geven om mogelijke toekomstdoelen en beroepen te verkennen.  

Kortom, identiteitsontwikkeling zou in het DNA moeten zitten van ons onderwijs. Hoewel er in de kerndoelen wel degelijk wordt verwezen naar de vorming van identiteit en het belang hiervan voor het leren respecteren van elkaars culturele, zijn de termen en doelen zo beschreven dat iedere school er een compleet andere invulling aan kunnen geven, varierend van complete lespaketten tot een minimale benoeming tijdens een les. Kunstvakken zijn uitermate geschikt om met identiteit aan de slag te gaan, omdat dit vak de leerlingen leert om de wereld om zich heen te internaliseren aan de hand van zijn eigen waardenkader. Bovendien tonen kunstvakken aan dat de grenzen van onze taal, niet de grenzen van ons denken zijn. Zij laten ons zien wie wij waren en de mogelijkheden van wie wij kunnen zijn. Hiervoor is het echter van belang te weten wie wij nu zijn. Dit waardenkader dient als ijkpunt waarmee hij of zij de wereld om zich heen kan internaliseren. De rol van docent is dus niet het opleggen van zo een waardenkader, maar de leerlingen de tools te geven om deze zelf te kunnen ontwikkelen. Identiteitsontwikkeling is namelijk een levenslang proces en daar moeten we onze leerlingen op voorbereiden. 

Om terug te komen op mijn hierboven genoemde vraag waar mijn omschakeling in prestaties vandaan is gekomen wil ik graag dit stuk afsluiten met een gesprek dat voor mij heel belangrijk is geweest. Toen het niet zo goed ging met mijn schoolprestaties, besloot ik een gesprek aan te gaan met de coordinator van mijn afdeling. Hierin legde ik hem uit dat ik mijzelf niet kon terugvinden in de academische manier van werken die van mij werd verwacht. Hij zei toen tegen mij “Jij bent een maker. Jij moet gewoon dingen maken, experimenteren, aanpassen. Dat is wie jij bent.” Van alles wat ik heb gedaan en geleerd op de kunstacademie was het vinden van mijn eigen identiteit het belangrijkste. Graag zou ik de docent willen zijn die leerlingen helpt bij het vinden van die van hen. 

Bronnen

1. Eisner, E.W. The arts and The Creating of Mind

2. J.Dewey, Art as Experience

3. Hand & Gresalfi, The Joint Accomplishment of identity. Educational Psychologist

4. E.P. Schachter, Y. Rich, Identity Education: A conceptual framework for educational researchers and practitioners, 

5. Harrell-Levy, M.K., & Kerpelman, J.L. (2010). Identity Process and Transformative Pedagogy: Teachers as Agents of Identity Formation

6. Eisner, E.W. 10 Lessons the Arts Teach