In praktijk: situatieschetsen van mijn tijd op het GLU

Tijdens mijn tijd op het Grafisch Lyceum ben ik als beginnend docent in heel veel situaties beland die compleet nieuw voor mij zijn. Gelukkig was er op het GLU veel ruimte om dingen zelf te ontdekken, maar ook om met andere docenten en het hoofd van de afdeling te praten. Ik ben ontzettend goed geholpen door iedereen. Onderstaand zijn een aantal situaties die er voor mij uit sprongen en waar ik extra aandacht aan heb besteed.

Casus 1: Skills Final

Vandaag was het zo ver. Fleur Hagema, derdejaars student aan de opleiding Grafisch vormgeven, staat in de finale van de Skills Heroes MBO wedstrijd Grafisch vormgeven. Omdat ik al sinds het begin van het schooljaar betrokken was bij de organisatie van de wedstrijd, was ik een tijd terug gevraagd om Fleur te begeleiden tijdens deze finale in de RAI. Op woensdag (vandaag) had ik om kwart over 8 bij station RAI afgesproken met Fleur. Zij was al een dag eerder in Amsterdam en ik sloot een dag later aan. Samen zijn we toen naar de RAI gelopen. Eenmaal daar moest ik een pasje ophalen omdat ik haar begeleider was. Het geheel was allemaal groter dan ik had verwacht. Ik had mij zo gefocust op het wedstrijdgedeelte van het evenement, dat ik niet helemaal besefte dat het eigenlijk een enorm mbo evenement was. Er waren wedstrijden van allerlei disciplines van koken tot etaleurs en van fashion tot bloem binden. Het was echt enorm interessant om iedereen op deze manier aan het werk te zien. Naast de wedstrijden waren er ook stands van bedrijven die dingen demonstreerden. Een evenement als dit zou perfect zijn om met een middelbare school heen te gaan.

Onze plek was achter in de zaal. Er deden zo’n 8 mensen mee aan de finale. De werkvloer was ingedeeld in kleine hokjes met een computer met een iMac erop en een klein bureautje met een snijmat, lijm en wat andere kantoorartikelen. De regels rondom de wedstrijd waren streng en werden ook nauwkeurig nageleefd. Zo werden USB-sticks gecontroleerd en mochten er geen telefoons meegenomen worden. Muziek was wel toegestaan, maar alleen op MP3-spelers zonder internet. Verder was het voor ons als begeleiding niet geoorloofd om te communiceren met de deelnemer tijdens de wedstrijd. Omdat het geen zin had dat ik onafgebroken naast haar ging staan heb ik zelf op de beurs rondgekeken en ben ik tussendoor ook naar het centrum gegaan om mijzelf in te checken in het hotel waar ik logeer.

Nadat ik ingecheckt ben ik terug gegaan, heb ik rondgekeken op de vloer. Hier heb ik kunnen zien hoe breed het aanbod is wat op mbo’s en vmbo’s wordt aangeboden. Ik heb mij flink laten informeren over de mogelijkheden en hoe het er aan toegaat op andere scholen. Dit was erg interessant en hiermee heb ik dan ook mijn dag gevuld. Fleur heeft nog een half uurtje pauze gehad tussendoor, waar we even bijgeklets hebben en ik heb haar toen een hart onder de riem gestoken. Na de pauze ging zij weer aan de slag en ben ik nog even terug gegaan naar het hotel. Aan het einde van de dag heeft Fleur nog een korte presentatie gegeven over haar werk voor die dag. Ze heeft een hele mooie huisstijl gemaakt voor het Rijksmuseum en ik zag meteen dat ze heel goed werk had verricht. Die avond hebben we samen in het hotel gegeten en hebben we de filmpjes en fotos die we hadden gemaakt verzameld zodat we een langer filmpje ervan konden maken later.

De volgende dag ben ik wederom met haar naar de RAI gegaan, maar hierna is mijn werk overgenomen door een andere docent. Het was voor mij een enorm leuke ervaring om te doen. Ik vond het erg leuk om een leerling één op één te begeleiden. Hier krijg je in de klas natuurlijk weinig tijd voor. Verder was het ook leuk om een buitenschoolse activiteit te doen en ik was blij dat het hoofd van onze afdeling genoeg vertrouwen in mij had om deze taak op mij te nemen.

CASUS 2: De Rechtse Leerling

Sinds Baudet het lerarenmeldpunt heeft ingesteld heerst er hier en daar onrust onder de docenten. In eerste instantie was dit vooral omdat het idee ons als docenten zorgen baarde, maar later is het ook daadwerkelijk tot een botsing gekomen met een leerling.

De casus speelt zich af vlak na de eerste kamer verkiezingen. Baudet had net heel veel ophef veroorzaakt door het woord “boreaal” te gebruiken. Zelf geef ik geen Burgerschap, maar tijdens dit vak is het tot een botsing gekomen tussen een student en een docent. De docent had uitgelegd dat het woord “boreaal” zijn politieke oorsprong vindt als eufemistische verwoording van de overtuiging dat Europa van oorsprong uit één enkele blanke bevolking bestond en de wens om dit zo te behouden. De leerling was het er hier echter niet mee eens en voelde zich ook aangevallen in haar persoonlijke politieke overtuiging. Zij heeft dit dan ook gemeld bij het hoofd van de school. Deze heeft dit vervolgens doorgegeven aan het hoofd van onze afdeling en deze heeft hier vervolgens een gesprek over gehad.

Voor mij was dit een lastige situatie. Als dit een geisoleerd incident was waar de leerling een keer haar mening ergens over gaf, dan was het iets wat ik makkelijk opzij kon zetten. Dit was echter niet het geval. Meerdere malen heeft zij geschreven over haar minachting voor allochtonen en ander rechts gedachtengoed. Ik gaf haar les voor grafische vakken, dus in mijn vakken kwam het niet heel vaak naar boven, maar toch vond ik het een hele lastige situatie om mee om te gaan. Hoe ga je om met iemand wiens gedachtengoed is dat jij hier geen of minder recht hebt om te zijn dan je blanke collegas? Ik heb hier over nagedacht en ben toen tot de conlusie gekomen dat je er eigenlijk vrij weinig aan kan doen. Het is niet jouw taak als docent om de leerlingen jouw politieke kant op te duwen. het enige wat je kan doen is ze informeren en ze goede tools geven om zelf onderzoek te doen naar wie ze zijn en wat ze willen. Het kan zijn dat je het totaal niet eens bent met je leerlingen, maar dat is ook niet de bedoeling. Ik heb deze leerling dan ook niet anders behandeld dan dat ik daarvoor deed, hoewel ik dat soms wel heel erg lastig vond.

Overigens is de docent om wie het ging uiteindlijk niet op het matje geroepen en hoefde ze ook niet haar verontschuldigingen aan te bieden. Gelukkig werkt vrijheid van meningsuiting twee kanten op.

CASUS 3: Invallen en overdrachten

Toen ik begon op het Grafisch Lyceum, was er afgesproken dat ik ook zo invallen indien nodig. Al gauw begonnen de eerste docenten uit te vallen en voordat ik het doorhad was ik bijna een fulltime medewerker. Deze omslag is behoorlijk snel gegaan en ging in het begin eigenlijk ook niet altijd vlekkenloos. Wat belangrijk is als je een les overneemt is dat er een overdracht is. In die overdracht staan dingen als met wat voor klas je te maken hebt, waar ze zijn met hun opdrachten en andere dingen waar je op moet letten als je een klas overneemt. Als je als docent van tevoren weet dat je er niet bent, bijvoorbeeld doordat je een afspraak hebt met de dokter die al een maand van tevoren staat ingepland, dan is het makkelijk om een uitgebreide overdracht te maken. Echter, als een docent op de dag zelf ziek wordt, sta je er eigenlijk als invaldocent vrijwel alleen voor.

En zo is het eigenlijk ook hoe het is gegaan bij het invallen. Omdat de informatie die ik krijg eigenlijk bijna altijd erg summier was, was het heel erg moeilijk om de les te beginnen waar de docent was geeindigd. Daar kwam ook nog eens bovenop dat ik een nieuwe docent was, zowel voor mezelf als voor de leerlingen. De eerste paar invallessen zijn dan ook heel erg onrustig verlopen. Het is voor deze (en eigenlijk vrijwel alle) leerlingen belangrijk om te weten waar ze aan toe zijn. Dit neemt voor hun heel veel onrust weg en ze weten waar ze aan kunnen werken en wat er van hun verwacht wordt. Als dit wegvalt, is er veel onrust.

Ik heb dit probleem aangekaart bij Susanne Winnubst, het hoofd van de afdeling Grafisch Vormgeven op het Grafisch Lyceum. Zij kon zich wel vinden in de problemen waar ik tegenaan liep. Op zich is er wel al een soort “standaard” in. Mensen kunnen bijzonderheden over leerlingen bijhouden in de trajectplanner en werk, opdrachten en instructies staan allemaal in de ELO (Electronische Leer Omgeving). De ELO is een redelijk nieuw systeem en werkt dan ook niet helemaal vlekkeloos. Bovendien zijn dat indicaties waar een klas zou moeten zijn en minder waar een klas ook daadwerkelijk met een opdracht is.

Ik heb over dit probleem ook een korte presentatie gehouden op school, tijdens supervisie. Ik heb toen met de groep gesproken over overdrachten, het belang van overdrachten voor zowel de invallende en zieke docent als de leerlingen en hoe ik er zelf instond en dat ik het toch wel een lastige kwestie vond. Mij is toen geadviseerd om voor die dag toch een eigen les voor te bereiden. Precies oppikken waar een docent eindigt is erg lastig, voorals als er weinig tijd is voor een goede overdracht. Het is daarom makkelijker en beter om voor die dag je eigen les te trekken. Aan de ene kant ben ik het met dit advies eens, want zo ben je toch actief met de leerlingen bezig, maar aan de andere kant hebben ze vaak wel hun tijd nodig voor de opdrachten die ze al hebben.

Ik ben dus nog steeds bezig met een balans hierin vinden. Volgend jaar ga ik werken bij X11 en dit is een heel ander soort onderwijs (vmbo/havo) en deze leerlingen hebben nog meer behoefte aan vastigheid en ritme. Dit is dan ook iets waar ik nog aan moet werken, maar blijkbaar ben ik niet de enige. Veel gesprekken met andere docenten hebben mij geleerd dat eigenlijk alle leraren op zoek zijn naar een goede balans.

CASUS 4: Te laat: Afstraffen of door de vingers zien?

Als beginnend docent ben ik nog heel erg op zoek naar mijn eigen manier van lesgeven. En hoewel ik hier al grote stappen in heb gemaakt, vooral dit jaar, heb ik gemerkt dat er geen vaste formule is waarmee je les kan geven. Er zijn geen vaste regels die werken voor al je klassen op alle scholen en er is al helemaal geen magische formulie die hetzelfde werkt op mbo als op praktijkschool.

Omdat ik heel erg op zoek was naar mijn manier van les geven, had ik vaak een interne strijd tussen twee dingen en heb ik veel keuzes moeten maken. Ga ik de leerlingen meer huiswerk geven en ze verder vrij laten tot het einde van de periode of ga ik juist tussendoor meer met ze bespreken? Ga ik coulant zijn met het inleveren van de opdracht of ga harde deadlines instellen? Dit soort vragen heb ik mijzelf vaak gesteld en zoals ik eerder al zei: er is geen vaste formule die overal voor werkt.

Één van de vragen die ik mijzelf vaak heb gesteld is: Hoe bestraf je een leerling die te laat in de les komt? Er zijn verschillende factoren die hierin meespelen. Hoewel het heel erg oppervlakkig klinkt, ben je in het begin niet alleen bezig met “Ben ik een goede docent?” maar ook met de vraag “Val ik in goede aarde bij studenten?”. Voor mij waren de beste docenten altijd de docenten waar ik ook een band mee opbouwde, docenten met wie ik kon praten over ideeëen en waar ik mij veilig bij voelde. Direct hard afstraffen van mensen die een paar minuten te laat zijn gekomen is kan dan ook een averechts effect hebben. Een tweede overweging die meespeelt is dat een leerling direct aanspreken op zijn te laat komen ook heel erg disruptief kan werken op het lesverloop. Soms kunnen er discussies ontstaan over waarom een leerling te laat is, of blijkt dat hij/zij het wel van tevoren had gemeld, maar blijkt dat dit niet te zijn doorgekomen.

Ik heb inmiddels een manier gevonden die voor MIJ werkt. Ik vraag de leerling die te laat is om na de les bij mij langs te komen en dan uit te leggen waarom ze te laat zijn. Dit werkt omdat ze weten dat als ze niet langs komen na de les, ze alsnof op afwezig staan. Op deze manier kan ik de leerling persoonlijk aanspreken, zonder dat de les wordt verstoord. Met leerlingen die vaker te laat komen, ga ik meestal wat langer in gesprek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *